Afbeelding van drommen mensen op een weg, mogelijk vluchtelingenRob Wolf is een ervaren en zelfstandig historicus te Nijmegen. Hij werkt aan een boek over de familiegeschiedenis van Nederlanders die afstammen van de Belgische vluchtelingen die tijdens de Eerste Wereldoorlog naar Nederland kwamen. Eind 1914 waren er dat naar schatting zo’n 1 miljoen. Zijn boek verschijnt in 2018. Nu er sinds een half jaar een groot aantal Syrische vluchtelingen naar West-Europa komt, ligt een historische vergelijking voor de hand. Maar gaat deze vergelijking wel op?

In zijn bijdrage op Facebook, naar aanleiding van zijn ingezonden reactie in het NRC Handelsblad van 8 januari 2016 (p. 16), beschrijft Rob Wolf de achtergrond van de vlucht van de Belgen ruim 100 jaar geleden. In vergelijking met de komst van de Syriërs nu stelt hij: ‘Belgen waren wel anders. Nu Belgische vluchtelingen uit WOI worden gebruikt in de discussie over de Nederlandse opvangcapaciteit, is het nuttig om historische mythevorming tegen te gaan. Na de val van Antwerpen in oktober 1914 zijn zeer veel Belgen naar Nederland gevlucht. Het getal van 1 miljoen wordt vaak genoemd, maar is niet te verifiëren. De meerderheid bleef kort: naar schatting was negentig procent voor de jaarwisseling terug in België. (…) Hoe je ook aankijkt tegen de komst van 200.000 Syriërs, de vergelijking met de Eerste Wereldoorlog snijdt geen hout.’

Maar behalve het korte verblijf van de meeste Belgen zijn er meer verschillen met de Syrische asielzoekers van nu. Ik heb het over het wezenlijke verschil tussen vluchteling en migrant. De Belgische vluchtelingen die eind 1914 naar Nederland kwamen en binnen enkele maanden weer naar huis terugkeerden, werden volgens mij kort en vaak provisorisch opgevangen in de regio, namelijk het katholieke Zuid-Nederland. Ik heb er mijn oma die toen als twintigjarige in Schijndel woonde wel eens keer over horen vertellen. Hoeveel Belgen tot 1918 zijn gebleven, is niet bekend. Het zijn er ergens tussen de 50.000 en 100.000 schat Rob Wolf. Die verbleven voornamelijk in vier grote opvangkampen met vaak meer dan 10.000 bewoners. Daarvan lagen er drie ten noorden van de grote rivieren (Gouda, Ede, Nunspeet) en een in Noord-Brabant (Veghel). Nu zit iedereen in een AZC, maar toen waren er duidelijke standsverschillen. In de Belgische kampen woonden voornamelijk arbeiders en minder bedeelde gezinnen. Veel vluchtelingen uit de burgerij daarentegen woonden zelfstandig in de steden. Deze mensen hoorden niet in een kamp thuis, was toen de opvatting. Na afloop van de oorlog keerde de overgrote meerderheid weer naar huis terug. Er was als gevolg van de Eerste Wereldoorlog in Nederland dus wel sprake van oorlogsvluchtelingen, maar nauwelijks van migranten, al duurde het vier jaar voordat dat duidelijk was.

Als ik me beperk tot de asielzoekers uit Syrië is het maar de vraag of het label ‘vluchteling’, zelfs nu ze pas kort in Nederland zijn, wel volledig op hen van toepassing is. Zoals ik begrijp uit de berichtgeving gaat het om mensen die al werden opgevangen in de regio en als vluchteling verbleven in Turkije, Libanon, Jordanië of Egypte. Na jaren van uitzichtloze oorlog gaan ze op zoek naar een toekomstperspectief, voor zichzelf en voor hun kinderen. Wie zou dat niet doen in hun situatie? Velen worden daarbij gesteund door hun familie en lijken niet onbemiddeld. Vervolgens vertoont de groep tijdens zijn tocht door Europa, op weg naar de gewenste landen van aankomst, gedrag dat bij het beeld van een vluchtelingenstroom hoort – iele rubberbootjes op open zee en colonnes mannen, vrouwen en kinderen met bagage. In mijn beleving gaat het hier echter niet meer om vlucht, maar om migratie; in een spontane, ongecontroleerde variant dat wel. Dat men in het land van aankomst een asielaanvraag doet, is begrijpelijk, want dat is de enige legale weg naar langdurig verblijf. Bij Syrische asielzoekers gaat het kortom om migratie. Nieuw is de gerichte keuze om als één man koers te zetten naar Duitsland en Zweden. Misschien zit Fort Europa juridisch goed op slot, maar als er voldoende mensen aan de poort staan, blijkt het zo lek als een mandje. Wat dat betreft mag Nederland in zijn handjes knijpen dat het niet in de top drie van favoriete bestemmingen staat.

Voor de duidelijkheid, ik ben voor een ruimhartig opvangbeleid. Maar dat is de korte termijn. Wat doen we op de lange termijn? Dan kan alleen integratie het einddoel zijn. De vraag is hoe. Hoe gaan we met alle groepen die er zijn, oudkomers en nieuwkomers, van Nederland een geïntegreerd land maken met een juiste mix van gedeelde waarden en ongedeelde eigenheid? De meningen over meer of minder staan in Nederland al vijftien jaar tegenover elkaar, maar de discussie over integratie moet nog steeds beginnen. Meer differentiatie, dat wil zeggen meer nieuwkomers, leidt niet noodzakelijkerwijs tot meer integratie, wil ik de soms wat kritiekloze voorstanders van ruime immigratie voorhouden. Bij deze wil ik iedereen adviseren het boek Het land van aankomst van Paul Scheffers te lezen. Alles wat daarin aan de orde komt, is nog steeds relevant.

Als het gaat om de bereidheid om mensen te ontvangen kan de open houding tegenover asielzoekers snel omslaan. Rob Wolf schrijft in een reactie: ‘Ik wil maar zeggen, zoals nu allerlei ontwikkelingen door elkaar lopen en beelden verschuiven, zo gebeurde dat toen ook. Alleen is het tempo van de veranderingen nu hoger en spelen symbolen een veel grotere rol. Na de foto van het verdronken jongetje werden de Syriërs in West-Europa omarmd, na de gebeurtenissen in Keulen [aanrandingen op Nieuwjaarsnacht 2015] slaat de stemming weer om.’

_____

Links:
Rob Wolfs boek staat gepland voor 2018.

Meer informatie over WOI-vluchtelingen in Nederland:
Behalve de Belgische burgers die eind 1914 als gevolg van de val van het nationale ‘redout’, de vesting Antwerpen, voor het oorlogsgeweld uit naar Nederland vluchtten, is er ook een meer directe militaire component. Er werden ook tienduizenden Belgische militairen geïnterneerd, samen met ruim duizend Britse mariniers. De Britten belandden in het zogenaamde ‘Engelse Kamp’ in Groningen. Diederik van Vleuten beschrijft die groep mooi in zijn voorstelling Buiten Schot. De Belgische militairen leefden voornamelijk in twee kampen bij Harderwijk en Amersfoort. Duitse militairen werden ondergebracht in Bergen.
– Webpagina De internering van Belgische, Engelse en Duitse militairen in Nederland 1914-1918 op Wereldoorlog1418.nl.
– Lemma Belgische vluchtelingen in Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog op Wikipedia.
– Artikel Historisch Nieuwsblad (2007-9).
– Artikel Historisch Nieuwsblad (2004-8).
– Literatuurverwijzing EersteWereldoorlog.nu.

België toen en Syrië nu

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *