Op 15 mei presenteerde de Geschied- en Oudheidkundige Kring van Stad en Land van Breda ‘De Oranjeboom’ haar 71ste jaarboek, een themanummer over ‘Breda en zijn militairen in de 19e en de 20e eeuw’. Hierin een groot onderzoeksartikel van mijn hand met als titel: ‘Niemand koopt een stofzuiger zonder voldoende zuigkracht’. Majoor Hans Mathon en de actie voor een betere defensie van Zuid-Nederland, 1932-1935. Hierin beschrijf ik een protestactie in 1934 die de regering opriep om de twee Zuid-Nederlandse provincies Brabant en Limburg beter te verdedigen in geval van oorlog. Centraal staat de figuur die een spilfunctie in de actie vervulde: reserve-majoor Hans Mathon. Het is een fraai artikel geworden in een prachtige uitgave – al zeg ik het zelf.

Rondom Breda

Op een symposium over Hollandse krijgsgevangenen eind september 2017 in Vlaardingen werd ik door professor Wim Klinkert gevraagd of ik een artikel voor het jaarboek van de Bredase historische vereniging ‘De Oranjeboom’ wilde schrijven. Klinkert was gastredacteur van het komende themanummer over Breda als militaire stad. Ik zei ja, voordat ik er erg in had. In een flits bedacht ik me dat zo’n artikel mij de kans gaf om onderzoek te doen naar het allereerste begin van de vereniging die ik voor mijn doctoraalscriptie uit 1989 al had onderzocht en beschreven, de Vereeniging voor Nationale Veiligheid, en naar de man die aan de wieg daarvan stond, majoor Mathon. Een paar jaar eerder had ik professor Klinkert gesproken toen ik aan het werk was in de bibliotheek van de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda. En blijkbaar had hij goed onthouden welke onderwerpen mijn interesse hadden.

Secretaris Michiel Adriaansen tijdens de presentatie, 15 mei 2019

Ik had wel een probleem – vanwege het thema van het jaarboek moest ik mijn artikel toeschrijven naar Breda of West-Brabant. Gelukkig woonde majoor Mathon in Ginneken, tegenwoordig een stadsdeel in het zuiden van Breda. Maar verder handelt mijn artikel toch vooral over een onderwerp dat heel Zuid-Nederland beslaat en dat een uitstraling heeft naar de landelijke politiek, namelijk een actie om de zuidelijke provincies Brabant en Limburg beter te verdedigen, zodat ze bij een volgende oorlog niet het nieuwe slagveld zouden worden, zoals Vlaanderen dat was geweest tijdens de Eerste Wereldoorlog. Tijdens de presentatie van het jaarboek op woensdag 15 mei 2019 in Breda bleek deze bovenregionale dekking toen aan mijn onderwerp weinig, maar aan alle ‘echte’ Bredase onderwerpen nadrukkelijk wel aandacht werd besteed. Voor een Breda’s publiek was dit te verwachten. Tot mijn verrassing blijkt het jaarboek van ‘De Oranjeboom’ een prachtig verzorgde kleurenuitgave. Ik ben dan ook niet alleen tevreden over mijn artikel maar ook met het tastbare resultaat van mijn arbeid.

In de zomer en het najaar van 2018 heb ik veel tijd gestoken in onderzoek en schrijven van mijn artikel. Maar behalve moeite had ik ook mazzel. Er bleken meer interessante lijntjes richting Breda te zijn dan ik had gedacht. Zo bleek de burgemeester van Breda tevens een van de oprichters van de nog steeds bestaande vereniging ‘Ons Leger’, waarmee Mathon in 1934 in het kader van zijn initiatief contact had. ‘Ons Leger’ bestaat nog steeds en streeft naar een hechte relatie tussen maatschappij en krijgsmacht. Bovendien hadden een aantal relevantee vergaderingen plaats in Breda, waaronder, vanzelfsprekend zou ik bijna willen zeggen, van de vooroorlogse katholieke politieke partij RKSP die in Noord-Brabant en Limburg zijn basis had en aan het toenmalige kabinet de minister van Defensie leverde. De RKSP, die in de jaren twintig als het ging om militaire uitgaven het meest terughoudend was van de drie grote confessionele partijen zou zich in de tweede helft van de jaren dertig ontpoppen tot voorstander van een krachtig defensiebeleid.

 

Dank aan Delpher en dank aan het Nationaal Archief

En ook inhoudelijk had ik mazzel. Tegenwoordig bestaat Delpher. Toen ik eind jaren tachtig mijn doctoraalscriptie schreef was het eigenlijk onbegonnen werk om terug te moeten vallen op bronnen in kranten en tijdschriften, ondanks dat dit in mijn geval bij gebrek aan archiefbronnen eigenlijk wel nodig was. Met Delpher is dat anders geworden. Dagbladen en een toenemende hoeveelheid tijdschriften worden gescand en ge-ocr’d en zijn online doorzoekbaar op de website Delpher.nl, een initiatief van de Koninklijke Bibliotheek. Let op, er gaan de komende jaren op deze website nog geweldige dingen gebeuren. Dankzij Delpher kon ik op basis van krantenberichten de puzzel waaraan ik dertig jaar geleden begonnen was eindelijk compleet maken. Zo heb ik in enkele weken tijd ruim 130 pagina’s tekst van relevante berichten bij elkaar gekopieerd om te doorzoeken. Het citaat in de titel van mijn artikel is één van de vondsten.

Het Nationaal Archief kwam bovendien met nog een mazzeltje – beter gezegd, een geweldige vondst. Uit Rusland is de afgelopen decennia regelmatig archiefmateriaal naar Nederland gerepatrieerd dat door de Duitse bezetter tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederlandse archieven is verzameld, naar Duitsland is gestuurd en vervolgens in 1945 door Sovjettroepen is buitgemaakt en naar de Sovjet-Unie vervoerd. Tussen de teruggekomen inventarisnummer van het ministerie van Defensie bevindt zich een dossier ‘Actie Zuidelijke provincies’ dat voor een belangrijk deel gaat over mijn onderzoeksonderwerp. Vrijwel elk stuk is relevant. Er zaten onder meer een aantal vergaderverslagen en memo’s in van de hand van majoor Mathon, de centrale figuur in de beschreven initiatieven in mijn artikel.

 

Hans Mathon

De centrale figuur in mijn artikel, H.W.C.E. (Hans) Mathon, stamt uit een militaire familie in het Nederlandse patriciaat. Als ik het goed heb begrepen heeft de stamvader uit de Zuidelijke Nederlanden tijdens de Belgische opstand van 1830 gekozen voor dienst in de Noordelijke Nederlanden in naam van koning Willem I en is in de omgeving van Breda neergestreken. Deze Mathon schopte het tot divisiecommandant. De familiegeschiedenis is interessant genoeg om ooit nog dieper in te duiken.

Reserve-kolonel der Cavalerie b.d. H.W.C.E. (Hans) Mathon, 1938. (fotograaf onbekend, collectie Cavaleriemuseum)

Hans Mathon werd geboren op 20 juni 1883 in ’s-Gravenhage en overleed op 15 december 1938 in de rang van reserve-kolonel der cavalerie in Breda. Zijn vader eindigde zijn militaire carrière als generaal-majoor en Inspecteur van de Cavalerie – binnen de Koninklijke Landmacht een zeer prestigieuze post. Mathons oom was marineofficier en achtereenvolgens burgemeester van Bergen op Zoom en Nijmegen. De twee broers van Hans Mathon en een neef werden net als hij allemaal huzaar en cavaleriofficier. Hans Mathon vroeg en kreeg per 1 januari 1932 eervol ontslag als beroepsofficier, maar bleeft als reserveofficier ter beschikking van de cavalerie. Een reden voor zijn vroege pensionering heb ik niet kunnen achterhalen. De beperkte promotiekansen, door de strenge bezuinigingen op de krijgsmacht, kunnen een rol hebben gespeeld.

Ik moet het verder kort houden; de details kunt u in mijn artikel lezen. Na zijn pensioen maakte Mathon zich in ieder geval direct verdienstelijk als militair medewerker van het katholieke Dagblad van Noord-Brabant en schreef zich al meteen in de kijkert met twee brochures over de veiligheidsrelatie met België. Hierin ijverde hij voor versterking van de krijgsmacht. Het maakt nieuwsgierig naar eventuele contacten met een aantal Vlaams-nationalistische dan wel Groot-Dietsche organisaties die ik vond in de correspondentie met Albert van de Poel, hoofdredacteur van de Bredase krant waarvan Mathon militair medewerker was. Deze Van de Poel en Hugo van den Broeck, hoofdredacteur van de Limburger Koerier in Maastricht, allebei uitgeweken Vlaams-nationalisten, waren met hun krant nauw betrokken bij wat bekend zou worden als de ‘actie van het Zuiden’.

Een ander lijntje dat is blijven liggen is de connectie van Hans Mathon met het in 1933 opgerichte rechts-conservatieve Verbond voor Nationaal Herstel (VNH). In de publicatie Verbond voor Nationaal Herstel (1958) van P. Tienen staat hij genoemd als een van de oprichters. Mede vanwege het onderzoek voor het jubileumboek dat ik met mijn compagnon Wim Maas schreef voor de Nederlandse reserveofficierenvereniging wordt ik steeds nieuwsgieriger naar de rol van (reserve)militairen in een groot aantal belangenorganisaties.

Maar dat is voor later. Wat begon als een eenmansactie van Mathon voor een betere defensie van Nederland c.q. Zuid-Nederland kreeg voorjaar 1934 momentum toen zijn argumenten door andere partijen werden opgepikt. Een aantal burgemeesters in Noord-Brabant en Limburg, verantwoordelijk voor de gemeentelijke luchtbescherming, richtte zich op 25 juni van dat jaar met een open brief tot de regering. Dit werd landelijk bekend als de ‘burgemeestersactie’. En ook werkgevers en ondernemers kwamen vanuit de departementen Breda en Maastricht van de Nederlandsche Maatschappij voor Nijverheid en Handel in actie. Beide acties spoorden de regering aan tot een grotere defensie-inspanning met als doel een geloofwaardige krijgsmacht die ook de verdediging van de twee zuidelijke provincies en de rest van Nederland buiten de Vesting Holland zou omvatten. De motivatie was misschien regionaal, maar het streven was nationaal.

De protestactie formaliseerde zich eind 1934 tot een federatief hoofdcomité met plaatselijke actiecomités, het Comité voor Nationale Veiligheid. Majoor Mathon was initiator en werd secretaris. Ook boven de grote rivieren ontstonden plaatselijke comités en de organisatie rolde zich over het hele land uit. Op 11 januari 1936 ontstond na een fusie een vereniging met een landelijke dekking die in de jaren tot de Tweede Wereldoorlog zou uitgroeien tot een krachtige nieuwe organisatie die met aansprekende acties op het gebied van ‘nationale’ veiligheid van zich zou laten horen.

 

Wim de Natris

_____

Links

Veiligheid van het Zuiden

Eén gedachte over “Veiligheid van het Zuiden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *