Onderzoekster Kim Bootsma gooit in een korte blogpost op de website Jonge Historici de knuppel in het hoenderhok: Vrouwen zijn al veel langer betrokken bij de krijgsmacht dan de officieel gehanteerde datum. Al ver voor de officiële oprichting in 1943-1944 van de gemilitariseerde vrouwenkorpsen van het KNIL en de Koninklijke Marine deden vrouwen dienst in de krijgsmacht. Kim Bootsma stopt haar verhaal eind 19e eeuw. In mijn eigen onderzoek kom ik in de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw vrouwen niet alleen ‘rond’ maar ook al binnen de krijgsmacht tegen.

Kim Bootsma beschrijft in haar blogpost bijvoorbeeld dat vrouwen onderdeel waren van de legertros van een leger. Daarnaast waren er nog lang wasvrouwen en marketensters. Die verdwenen eind 19e eeuw uit het leger. Haar korte blog gaat niet in op de eerste veertig jaar van de twintigste eeuw. In die periode kom ik in mijn eigen onderzoek regelmatig vrouwen tegen die zich al ver voor de Tweede Wereldoorlog ‘rond’ de krijgsmacht inzetten voor nationale veiligheid. Het gaat dan om vrouwen in organisaties zoals de Vrijwillige Burgerwachten, de gemeentelijke Luchtbeschermingsdiensten en het Korps Vrouwelijke Vrijwilligers. En ik denk dat ik met een collega-onderzoeker een primeur te pakken heb. Niet naast maar ook binnen de krijgsmacht dienden in de jaren twintig al vrouwen. In de Vrijwillige Landstorm werd rond 1920 nadrukkelijk plaats voor hen ingeruimd. Vrouwen golden binnen die organisatie als een zelfstandige categorie vrijwilligers. Het Tweede Kamerlid voor de SDAP Suze Groeneweg maakte bezwaar tegen de werving. Dat verhinderde niet dat tientallen vrijwilligsters aantoonbaar lid zijn geweest van deze organisatie. Wie dat precies waren moet verder onderzoek uitwijzen.

Maar dit gaat allemaal over vrijwilligheid en niet over dwang. Dienstplicht wordt geregeld bij wet en is verankerd in de Nederlandse Grondwet. In 2017 is dienstplicht voor vrouwen opgenomen in de Kaderwet dienstplicht. Maar omdat sinds 1996 geen dienstplichtigen meer worden opgeroepen is deze maatregel vooralsnog een dode letter. Alleen de inschrijvingsbrief is het bewijs ervan. Die valt nu niet meer alleen bij jongens maar ook bij meisjes op de mat.

Maar naast de mogelijkheid van dwang tot militaire dienst is in de Grondwet ook sprake van een veel ruimere ‘burgerlijke dienstplicht’ die aan alle Nederlanders kan worden opgelegd. Deze mogelijkheid is vrijwel onbekend bij de gemiddelde Nederland – en tot voor kort ook bij mij. Zo’n algemene burgerplicht kreeg een plaats in de Luchtbeschermingswet die in 1936 werd aangenomen. Met deze wet kreeg iedere Nederlandse burgemeester de bevoegdheid om in zijn gemeente – vrouwelijke burgemeesters waren er nog niet – inwoners tot dienst te verplichten.

De details moet ik nog onderzoeken, maar ondanks het taboe op een gelijkwaardige rol voor vrouwen in het algemeen en binnen de krijgsmacht in het bijzonder werd verplichte dienst voor vrouwen in de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog onderdeel van een – het moet gezegd – beperkte discussie. Ik ben pleidooien tegengekomen om vrouwen onder voorwaarden tot dienst te verplichten, bijvoorbeeld in geval van oorlog of alleen voor ongewapende dienst, bijvoorbeeld in het kader van een nog in te stellen luchtbeschermingsdienstplicht. Geweldig om na zo veel jaren binnen je eigen onderzoeksgebied nog op een nieuwe en braakliggend onderwerp te stuiten. Ik denk dat het thema vrouwen en krijgsmacht een mooi onderwerp zou kunnen zijn voor een ‘special’ van het blad Mars et Historia. Genoeg mensen die voor zo’n special iets interessants zouden kunnen schrijven. Behalve Kim Bootsma doet bijvoorbeeld oud-beroepsmilitair en promovenda Vera van der Zee onderzoek naar een vroeg plan voor vrouwendienstplicht in 1908. Ik houd me aanbevolen.

 

Wim de Natris

Vrouwen en krijgsmacht

Eén gedachte over “Vrouwen en krijgsmacht

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *