2025-11-13_10h15ca_EdwinRuis02_highres_gecropt+sharpen+exposure+resize
(foto: Edwin Ruis)

Zaterdag 8 november 2025 mocht ik de jaarlijkse studiedag van de Stichting Studiecentrum Eerste Wereldoorlog (SSEW) aftrappen. Mijn presentatie ging over de Nederlandse legerorganisatie met de naam ‘Vrijwillige Landstorm’ die enkele dagen na het begin van de Eerste Wereldoorlog op 4 augustus 1914 werd opgericht. Het verslagje van mijn presentatie op de SSEW-website kan wat toelichting gebruiken.

De dag had een inhoudelijk sterk programma en met zo’n 85 aanwezigen een goede opkomst. Volg SSEW op LinkedIn, X en Facebook. En word donateur en praat mee over deze oude maar nog steeds relevante Grote Oorlog.

De Vrijwillige Landstorm – voor het gemak afgekort tot VL – ontstond in 1914, meteen aan het begin van de Eerste Wereldoorlog, en bestond na afloop daarvan tot 1940 toen het leger in Nederland op last van de Duitse bezetter werd ontbonden. Vanwege de aard van de studiedag heb ik me beperkt tot 1914-1918. De onbekende legerorganisatie, waar ik al sinds de jaren tachtig onderzoek naar doe, verdient het zonder meer om in de spotlight te worden gezet.

Opstelling land- en zeemacht, 5 augustus 1914 (Delpher.nl – De Nederlandsche Overzee Trustmaatschappij (1935))

Voor het overgrote deel van de toehoorders was het onderwerp helemaal nieuw. De relatief onbekende Nederlandse legerorganisatie had dus de aandacht en ik hoop van harte dat de aanwezigen iets van mijn verhaal hebben opgestoken. Ik heb nog niet veel routine in het geven van lezingen, zoveel is zeker. Rechts op de foto, worstel ik met een laptop links naast me (niet zichtbaar), paperassen zonder nietje op een krap en voor mij te hoog katheder en een publieksscherm rechtsboven achter mij. Een volgende keer pak ik de microfoon los in de hand, zodat ik vrij kan bewegen en me met mijn verhaal op het grote scherm kan oriënteren. En ik zorg voor een power point waarin ik de punten van mijn verhaal stap voor stap, item voor item, in beeld kan laten komen. ‘Animeren’ heet dat – wist ik ook niet. Dan hebben ook de aanwezigen meer houvast. En gewoon vaker een lezing geven.

Het korte verslagje van mijn lezing zoals dat op de SSEW-website is gepubliceerd klopt inhoudelijk niet helemaal. Dat ligt in de eerste plaats aan het ingewikkelde onderwerp zelf. Maar ik mag ook naar mezelf kijken. Mogelijk ben ik niet duidelijk genoeg geweest. Ook dat is dan een verbeterpunt voor de volgende keer. Aan de hand van enkele van de regels in de verslagtekst wil ik in deze blogpost het onderwerp VL toelichten en verduidelijken.

Cruciaal voor begrip van de term is het onderscheid tussen ‘landstorm’ als aanduiding voor een dienst- en burgerplicht en ‘Landstorm’ als naam van een legerorganisatie. Doordat auteurs het onderwerp in de regel niet goed beheersen, zijn vrijwel alle teksten over het onderwerp landstorm – online of in publicaties – inhoudelijk een rommeltje. En dat zal nog wel even zo blijven, zodat het nog jaren gaat duren voordat de misverstanden en onduidelijkheden uit de lucht zijn. Hopelijk kan deze post een eerste aanzet geven.

Hoewel het idee van een landstorm, bestaande uit vrijwillige gewapende burgers, ontstond aan het begin van de 19e eeuw ...

Zoals de eerste regel van de verslagtekst stelt, is het idee van een landstorm inderdaad aan het begin van de 19e eeuw ontstaan – en wel in Pruisen. ‘Landstorm’ was de term voor een dienstplicht voor alle weerbare mannen van jong tot oud als laatste reserve en in 1813 tegelijk een oproep om de wapens op te nemen tegen het Franse leger van keizer Napoleon.

... werd de vrijwillige landstorm (opnieuw) opgericht in 1914 om niet-dienstplichtige Nederlanders hun steentje bij te laten dragen aan de bescherming van het vaderland.
1903 foto Groepsportret gewapende leden Volksweerbaarheid [vakantie]kamp Laren [coll. WdN (afb. via Marktplaats-nl)]_1_rotated+gecropt_600x397.jpg
Ansichtkaart met leden van de Vereeniging “Volksweerbaarheid” tijdens hun jaarlijkse oefenkamp op de hei bij Laren, zomer 1903 (collectie WdN)

Nadat in Pruisen was opgeroepen tot het vormen van een landstorm, deed de toekomstige koning Willem I einde 1813 hetzelfde in Nederland. Tijdens de bevrijding van het grondgebied van Franse troepen in 1814 bestonden er korte tijd ook landstormeenheden met de naam ‘Landstormbataljon’. Nadat die waren ontbonden, bestond er de rest van de eeuw verder geen landstormorganisatie meer en waren er ook geen landstormeenheden. Pas in 1914 werd weer een landstormorganisatie opgericht. Maar deze nieuwe landstormorganisatie bestond niet uit dienstplichtigen, maar uit vrijwilligers. In deze ‘Vrijwillige’ Landstorm konden mannen die bij de algemene mobilisatie van 1 augustus 1914 niet waren gemobiliseerd alsnog vrijwillig als militair dienen en hun steentje bijdragen aan de weerbaarheid en verdediging van het vaderland.

Het initiatief voor het militaire vrijwilligerskorps kwam vanuit de samenleving. De oproep om lokale landstormafdelingen op te richten, was een ‘call to arms’ afkomstig van Nederlandse burgers die zich al tientallen jaren hadden georganiseerd in een door de overheid ondersteund stelsel van schiet- en weerbaarheidsverenigingen die zich inzetten om de leden voor te bereiden om in geval van oorlog de wapens op te nemen.

Deze weerbaarheidsbeweging was in 1866 ontstaan en had door de Tweede Boerenoorlog (1899-1902) een nieuwe impuls gekregen. Met de oprichting van de Vrijwillige Landstorm op 4 augustus 1914 kreeg ze haar eigen organisatie en werd in de krijgsmacht geïntegreerd.

Uiteindelijk werden zo’n 7.000 mensen lid van een van de 1.300 afdelingen.
Student-wielrijder van de VL-afdeling Utrechts studentencorps (Delpher.nl – Utrechtse Studenten Almanak voor 1916)
Student-wielrijder VL-afdeling Utrechts Studentencorps (Delpher.nl – Utrechtse Studenten Almanak voor 1916 (1916))

Na een moeizame start in het najaar van 1914 en de eerste maanden van 1915 schommelde de sterkte van de VL in de tweede helft van de mobilisatieperiode zo rond de 7.000 landstormmilitairen. Dat is zonder meer een bescheiden aantal. Ondanks dat een succesvolle publiekscampagne in 1915 de werving op gang bracht, bleef voor de vooroorlogse propagandisten van de weerbaarheidsbeweging de animo voor hun legeronderdeel onbevredigend en teleurstellend laag.

Er zijn twee redenen die een definitief waardeoordeel over het succes van de landstormorganisatie in de mobilisatiejaren 1914-1918 bemoeilijken. Voor beide is meer onderzoek nodig.

Ten eerste werd er in 1915 een vorm van algemene dienstplicht ingevoerd waardoor in principe alle mannen verplicht in dienst moesten, ook als zij al landstormvrijwilliger waren. Een deel van de landstormvrijwilligers werd gedwongen hun militaire dienst in het Leger en dus buiten de VL te vervullen. Behalve een instroom van nieuwe vrijwilligers ontstond er tegelijk een uitstroom van geoefende landstormers. Het ging om jonge knapen, die in 1914, soms maar 16 of 17 jaar oud, vrijwillig landstormmilitair waren geworden, maar ook om oudere mannen van de zogeheten ‘Lichting Bosboom’, die voor de oorlog op jongere leeftijd waren uitgeloot, maar tussen 1915 en 1917 met terugwerkende kracht alsnog werden opgeroepen. De omvang van de uitstroom is niet bekend.

Ten tweede is er de vraag of de legerleiding voor de VL eigenlijk wel een functie of taak had bedacht, anders dan ruimte bieden voor vrijwillige militaire dienst in deeltijd en lokale bewakingsopdrachten voor individuele afdelingen.

Het aantal van 1.300 lokale afdelingen die ik aan het einde van mijn lezing noemde en in het verslag is opgenomen, ontstond pas ver na de doorstart van de VL in 1919, in de jaren tot de volgende wereldoorlog, en wel bij wat uiteindelijk het grootste onderdeel van de Vrijwillige Landstorm zou worden. Deze Bijzondere Vrijwillige Landstorm (BVL) wordt vaak geheel ten onterechte verward met de hele vrijwillige-landstormorganisatie. In mijn lezing ben ik maar heel kort op de naoorlogse periode 1919-1940 ingegaan.

Opvallend was dat dit initiatief in de zuidelijke provincies doodsloeg – iets wat zeker nog verder onderzoek verdient.
1914_08-13 affiche Proclamatie burg. Rotterdam. Kennisgeving Landstorm_gecropt+sharpen_1000x686.jpg
Openbare kennisgeving in Rotterdam, 13 augustus 1914. Landstormplichtigen moesten zich gereed houden. In 1915 werden landstormplichtigen inderdaad opgeroepen.

Inderdaad kwam in 1914 het initiatief om lokale landstormafdelingen op te richten in de zuidelijke provincies niet vlot van de grond. Maar dat werd al in 1915 goedgemaakt door de al genoemde publiekscampagne en meer aandacht vanuit het ministerie van Oorlog. De landstormorganisatie werd in het Interbellum, de jaren tussen de twee wereldoorlogen, in de provincies in Limburg en Noord-Brabant uiteindelijk zelfs groter dan elders in Nederland.

Zoals de tekst al concludeert, is meer onderzoek nodig, bijvoorbeeld naar het enthousiasme in Limburg, dat een eigen landstormkorps “Limburgsche Jagers” kreeg. Let op, gespeld met “sch”, maar zonder formele band met de formatie uit de 19e eeuw of het regiment dat na de Tweede Wereldoorlog werd opgericht.

Zoals ik ook aan de aanwezigen tijdens de studiedag vertelde, beperk ik mij in deze post tot de periode 1914-1918. De Vrijwillige Landstorm, in 1914 opgericht voor de duur van de algemene mobilisatie, kreeg na de Eerste Wereldoorlog een doorstart en zou vanaf 1919 na enkele reorganisaties in een andere gedaante met gewijzigde doelen tot 1940 blijven bestaan. Het Korps Nationale Reserve (KNR) dat in april 1948 werd opgericht, is de voortzetting van de vooroorlogse VL. Dat is meer dan voldoende stof voor een volgende presentatie.

_____

Meer weten over de Vrijwillige Landstorm, in de Eerste Wereldoorlog of in het Interbellum erna? Neem contact op via het contactformulier op deze website of schrijf een reactie onder deze post. Meer weten over mijn activiteiten? Bekijk het profiel op de website of bezoek op LinkedIn mijn profielpagina of bedrijfsprofiel. Vergeet niet om beide te volgen.

Ik ben beschikbaar voor presentaties over maatschappelijke en militair-historische onderwerpen op het snijvlak van veiligheid, krijgsmacht en samenleving, grofweg in de periode 1880-1950. Weerbaarheid en veerkracht zijn sinds enkele jaren opnieuw actueel en relevant. Hierover is een eeuw geleden door onze voorzaten uitgebreid gediscussieerd, zodat wij het wiel niet opnieuw hoeven uit te vinden, maar vanuit onze behoefte en noodzaak kunnen kiezen wat nodig is.

Wim de Natris

_____

Links

  • Lees hier hoe je financieel en inhoudelijk bij kunt dragen aan het werk van SSEW.
Lezing studiedag Eerste Wereldoorlog

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *